Keukentermen Pagina 4

Keukentermen Pagina 4

1 2 3 4

Pikeren:
Het aanbrengen van korte dunne reepjes spek in mager vlees. Dit gebeurt met een pikeernaald.

Pocheren:
Een ingredient in vloeistof die net onder het kookpunt is gaar maken. Wordt vooral gebruikt voor het bereiden van eieren en fijne vis.

Roerbakken:
In kleine stukjes gesneden ingredienten snel aanbakken in een wok onder voortdurend roeren.

Sauceren:
Met saus begieten.

Schrikken:
Onder koud stromend koud water houden of in ijswater zetten om het kookproces te stoppen.

Schroeien:
Een stuk vlees of vis in hete vetstof dichtschroeien.

Tourneren:
Groenten in gelijkmatige, decoratieve vormen snijden.

Trancheren:
Versnijden van gebraden vlees, wild of gevogelte met behulp van een trancheermes.

Uitzweten:
Een stuk vlees, gevogelte of wild in een gesloten pan laten stomen totdat de eerste druppels vocht verschijnen.

Zweten:
Groenten met zo weinig mogelijk vocht of vetstof gedeeltelijk laten garen.

1 2 3 4